Inloggen
Nieuwe auto onderdelen
Laatste auto artikelen
Aankomende evenementen
De Bobine
De bobine ontvangt via de dynamo en de accu elektrische stroom van een lage spanning (12 volt). Daarmee kunnen geen vonken worden gemaakt. Daarom maakt de bobine er stroom van een veel hogere spanning van (10-15.000 volt).
Een bobine bestaat uit een huis met daarin een zachte ijzeren staaf. Om die kern zijn twee draadwikkelingen aangebracht. De ene is de primaire wikkeling en heeft een relatief dikke draad, die een paar honderd keer om de staaf heen is gewikkeld en in verbinding staat met de accu; daardoorheen vloeit dus stroom met een spanning van slechts 12 volt. De secundaire wikkeling heeft een veel geringere draaddikte en is vele duizenden keren om de staaf heengewonden. De stroom in de primaire (laagspannings)wikkeling veroorzaakt een magnetisch veld met de ijzeren staaf als middelpunt. Het primaire stroomcircuit loopt via de primaire wikkeling van de bobine en de contactpunten van de door de motor aangedreven stroomverdeler. Op het moment dat de contactpunten uit elkaar gaan, valt de stroom in de primaire wikkeling van de bobine weg, evenals het bijbehorende magnetische veld. Daardoor bewegen de verdwijnende magnetische krachtlijnen heel even door beide wikkelingen heen.
Als eem magnetisch veld in de buurt van een draadwikkeling komt, wordt in die draad een elektrische stroom opgewekt. De hoeveelheid aldus opgewekte elektriciteit hangt af van de vraag hoe snel het magnetische veld wordt afgebroken, het aantal windingen en de sterkte van het magnetische veld.
Als in iedere winding van een draadwikkeling van in totaal 10.000 windingen een spanning van 2 volt wordt opgewekt, is de totale spanning 20.000 volt. Nu zal u duidelijk zijn, waarom de secundaire wikkelingen uit zoveel meer windingen bestaat dan de primaire wikkeling!
Voorschakelweerstand
Als de startmotor de krukas van de 'echte' motor ronddraait, vraagt dat zoveel stroom van de accu dat de accuspanning van 12 naar 10 of nog minder volt keldert. Dit houdt in, dat op dat moment de systeemspanning ook zwaar in de min zit. Op die manier is het voor het systeem onmogelijk om bij zo'n lage spanning een behoorlijke vonk te bewerkstelligen - zeker als de bougie-elektrodes ook nog een beetje nat of vuil zijn. En zonder een goede 'vonk' kan een motor nu eenmaal niet draaien.
Daarom is bij de meeste ontstekingsystemen met contactpunten een zogenaamde voorschakelweerstand gemonteerd in de draad vanaf het contactslot naar de bobine.
Die voorschakelweerstand wordt tijdens het starten gepasseerd: dan 'draait' de bobine op 12 volt. Als de motor eenmaal loopt, wordt de voorschakelweerstand weer in het circuit opgenomen, waardoor er van de twaalf beschikbare accu-volts niet meer dan zeven bij de bobine terecht komen. Maar die heeft daar genoeg aan. Dit speciale tiep is namelijk best in staat om ondanks een dergelijk gering spanningsaanbod zijn dagelijkse werk goed te doen.
Voorschakelweerstand
Als de startmotor de krukas van de 'echte' motor ronddraait, vraagt dat zoveel stroom van de accu dat de accuspanning van 12 naar 10 of nog minder volt keldert. Dit houdt in, dat op dat moment de systeemspanning ook zwaar in de min zit. Op die manier is het voor het systeem onmogelijk om bij zo'n lage spanning een behoorlijke vonk te bewerkstelligen - zeker als de bougie-elektrodes ook nog een beetje nat of vuil zijn. En zonder een goede 'vonk' kan een motor nu eenmaal niet draaien.
Daarom is bij de meeste ontstekingsystemen met contactpunten een zogenaamde voorschakelweerstand gemonteerd in de draad vanaf het contactslot naar de bobine.
Die voorschakelweerstand wordt tijdens het starten gepasseerd: dan 'draait' de bobine op 12 volt. Als de motor eenmaal loopt, wordt de voorschakelweerstand weer in het circuit opgenomen, waardoor er van de twaalf beschikbare accu-volts niet meer dan zeven bij de bobine terecht komen. Maar die heeft daar genoeg aan. Dit speciale tiep is namelijk best in staat om ondanks een dergelijk gering spanningsaanbod zijn dagelijkse werk goed te doen.
Werking
De bobine ontvangt via de dynamo en de accu elektrische stroom van een lage spanning (12 volt). Daarmee kunnen geen vonken worden gemaakt. Daarom maakt de bobine er stroom van een veel hogere spanning van (10-15.000 volt).
Een bobine bestaat uit een huis met daarin een zachte ijzeren staaf. Om die kern zijn twee draadwikkelingen aangebracht. De ene is de primaire wikkeling en heeft een relatief dikke draad, die een paar honderd keer om de staaf heen is gewikkeld en in verbinding staat met de accu; daardoorheen vloeit dus stroom met een spanning van slechts 12 volt. De secundaire wikkeling heeft een veel geringere draaddikte en is vele duizenden keren om de staaf heengewonden. De stroom in de primaire (laagspannings)wikkeling veroorzaakt een magnetisch veld met de ijzeren staaf als middelpunt. Het primaire stroomcircuit loopt via de primaire wikkeling van de bobine en de contactpunten van de door de motor aangedreven stroomverdeler. Op het moment dat de contactpunten uit elkaar gaan, valt de stroom in de primaire wikkeling van de bobine weg, evenals het bijbehorende magnetische veld. Daardoor bewegen de verdwijnende magnetische krachtlijnen heel even door beide wikkelingen heen.
Als eem magnetisch veld in de buurt van een draadwikkeling komt, wordt in die draad een elektrische stroom opgewekt. De hoeveelheid aldus opgewekte elektriciteit hangt af van de vraag hoe snel het magnetische veld wordt afgebroken, het aantal windingen en de sterkte van het magnetische veld.
Als in iedere winding van een draadwikkeling van in totaal 10.000 windingen een spanning van 2 volt wordt opgewekt, is de totale spanning 20.000 volt. Nu zal u duidelijk zijn, waarom de secundaire wikkelingen uit zoveel meer windingen bestaat dan de primaire wikkeling!
