Auto- Onderhoud, tuning en styling
Dikke Toeters .NL Logo
Je bent hier: > Home > Auto Onderhoud > Artikel: Brandstofopvoerpomp

Inloggen




Registreren
Wachtwoord vergeten?

Aankomende evenementen

Brandstofopvoerpomp

Elektrisch

Bij de eerste auto's was de benzinetank soms hoger ingebouwd dan de motor. Zo'n auto kon dus zonder brandstofopvoerpomp, al moesten hellingen wel achteruit rijdend worden beklommen. Normaliter is de situatie natuurlijk omgekeerd en is een brandstofopvoerpomp nodig om de benzine van de laaggelegen tank naar de carburateur of inspuitpomp te stuwen. Een brandstofopvoerpomp kan mechanisch of elektrisch aangedreven zijn; beide types hebben zo hun voor- en nadelen.
Het voordeel van elektrische pomp is, dat die overal kan worden ingebouwd. De beste plaats is aan het begin van de toevoerleiding, dus direkt na de tank. Daardoor wordt de gehele leiding tot persleiding, waarbij de overdruk de vorming van dampbelvorming tegengaat. Nadeel: duur.
Een elektrische brandstofopvoerpomp lijkt qua werking op de mechanische pomp, maar het membraan wordt hier door een elektromagnetische schakelaar of solenoïde heen en neer bewogen.
Als de motor behoefte heeft aan benzine, duwt de veer het membraan naar rechts (persslag). Daardoor sluiten de contactpunten en gaat er een stroom door de solenoïde vloeien. Door de elektromagnetsiche werking van de spoel wordt de membraantrekstang met membraan tegen de veerdruk in naar links getrokken. Daardoor gaan de contactpunten weer open, de stroom valt weg en de membraantrekstang wordt door de veer weer naar links gedrukt (zuigslag).

Een electrische brandstofopvoerpomp reviseren

Een elektrische brandstofopvoerpomp kan zich acherin onder de vloer, in de bagageruimte of onder de motorkap bevinden. Denk er bij het bestellen van een nieuwe of gereviseerde pomp aan om exact merk, type, chasssis- en motornummer te vermelden.

  1. Maak de accukabels los (eerst '-', dan '+').
  2. Krik de auto op, open de motorkap en/of verwijder de bekleding van de bagagegruimte, voor zover dat nodig is om bij de pomp te kunnen komen.
  3. Maak de brandstofopvoerpomp los en verwijder zonodig de kunststofslang van het deksel.
  4. Verwijder de voedingskabel en de massa-aansluiting van het pomphuis.
  5. Verwijder de vanaf de tank komende benzineleiding en sluit die af door één van de potloden erin te steken. Doe vervolgens hetzelfde met de naar de motor toelopende benzineleiding.
  6. Monteer de nieuwe brandstofopvoerpomp. Let op, dat deze in de juiste positie is aangebracht.
  7. Sluit de bedrading en de benzineleidingen op de juiste plaatsen (op één van de aansluitingen op de pomp staat 'In' of 'Inlet'). Monteer de kunststofslang op het deksel. Sluit de accukabels aan (eerst de '+', dan de '-') en schakel het contact in. De pomp moet nu gaan tikken. Start de motor en controleer of de pomp werkt.

Mechanisch

Bij de eerste auto's was de benzinetank soms hoger ingebouwd dan de motor. Zo'n auto kon dus zonder brandstofopvoerpomp, al moesten hellingen wel achteruit rijdend worden beklommen. Normaliter is de situatie natuurlijk omgekeerd en is een brandstofopvoerpomp nodig om de benzine van de laaggelegen tank naar de carburateur of inspuitpomp te stuwen. Een brandstofopvoerpomp kan mechanisch of elektrisch aangedreven zijn; beide types hebben zo hun voor- en nadelen.
Een mechanische brandstofopvoerpomp wordt door de nokkenas van de motor, aangedreven. Nadeel: hij moet zich dus OP de motor bevinden. Dat maakt de gehele leiding van de tank naar de motor tot een zuigleiding, waar dus onderdruk heerst. Dat kan bij hoge temperaturen (dus bij hoogbelaste motor) aanleiding geven tot dampbelvorming of vapour-lock. Het voordeel: een heel goedkope constructie.
Zo'n pomp bestaat uit een kamer, die in tweeën is gedeeld door een membraan. Boven het membraan bevindt zich de benzine, die via een veerbelaste klep naar binnen wordt gezogen en via een eveneens veerbelaste klep weer naar buiten - naar de motor - wordt geperst. Onder het membraan bevindt zich het membraanbedieningsmechanisme.
Bij draaiende motor drukt de excenter op die nokkenas tegen de hefboom. Deze trekt de trekstang met het menbraan omlaag, waardoor het volume boven het membraan toeneemt en daar onderdruk ontstaat. Via de inlaatklep (die alleen naar binnen open kan) wordt benzine aangezogen.
De nokkenas is niet in staat om het membraan terug te halen. Als de nokkenas verder draait, ontspant de tijdens de neergaande slag in elkaar gedrukte veer onder het membraan zich en drukt het menbraan weer terug. Daardoor neemt het volume boven het membraan weer toe, zodat daar overdruk ontstaat. Daardoor wordt via de uitlaatklep (die alleen maar naar buiten toe open kan) benzine weggeperst.
Als de vlotterkamer van de carburateur geheel vol is, maakt de vlotternaald verdere toevoer onmogelijk en kan het membraan zijn persslag dus niet afmaken. De hefboom scharniert in het midden en kan als het ware worden doorgebroken: het hefboomgedeelte 'aan excenterzijde' (zie afbeelding) blijft met het excenter 'loos' meebewegen, het hefboomgedeelte 'aan trekstangzijde' staat mèt het membraan stil zolang er geen benzine kan worden weggeperst.

De mechanische pomp reinigen

Mechanische brandstofopvoerpompen zijn voorzien van een filter, dat moet voorkomen dat vuil in de benzine de carburateur bereikt en die verstopt. Dit filter behoort om bij iedere grote onderhoudsbeuert te worden schoongemaakt.

  1. Maak de accukabels los.
  2. Leg een poetsdoek onder de brandstofopvoerpomp om lekkende benzine op te vangen.
  3. Draai de schroef bovenop de pomp los en verwijder het deksel.
  4. Demonteer het gassfilter en was dit goed uit in benzine.
  5. Veeg met een schone, in benzine gedoopte kwast alle bezinksel uit de pomp.
  6. Monteer het gaasfilter. Controleer of de afdichting nog in goede staat verkeert en monteer het deksel.
  7. Sluit de accukables weer aan (eerst '+', dan '-').
  8. Laat de motor draaien en controleer of er zich geen lekkage voordoet. 

De mechanische pomp vervangen

  1. Maak de accukabels los (eerst '-', dan '+').
  2. Verwijder de benzineleidingen van de pomp. Sluit de toevoerleiding af met het potlood.
  3. Schroef de pomp los van de motor.
  4. Verwijder de pomp. Trek eventueel het bedieningsstangetje weg.
  5. Schraap met het mes oude pakkingresten weg van het oppervlak waarop de pomp wordt gemonteerd. Pas op, dat u hierbij niet het vulstuk tussen pomp en motor beschadigt!
  6. Breng de nieuwe pakking aan en monteer de nieuwe pomp. De bedieningshefboom moet hierbij op de nok van de nokkenas rusten.
  7. Draai de bevestigingsbouten of -moeren handvast. Duw de pomp naar het motorblok toe terwijl die nog los zit. Als de pomp correct is gemonteerd, zal de veer binnenin de pomp hem juist van de motor wegdrukken. Als u geen weerstand voelt, heeft u de bedieningshefboom onder in plaats van op de nokkenas aangebracht. In dat geval moet de pomp worden gemonteerd en opnieuw - maar nu goed - worden gemonteerd.
  8. Wordt de brandstofopvoerpomp door middel van een duwstang bediend? Monteer dan eerst de stang en dan de pomp met nieuwe pakkingen. Sla in dat geval punt 7 over.
  9. Verwijder het potlood uit de benzineleiding en sluit de beide leidingen weer aan.
  10. Sluit tevens de accukabels aan (eerst '+', dan '-'). Laat de motor stationair draaien en controleer of er geen lekkage optreedt.

Reageren

Gebruikersnaam :
Wachtwoord :

Of klik hier om je te registreren