Inloggen
Nieuwe auto onderdelen
Laatste auto artikelen
Aankomende evenementen
Bougies
De taakomschrijving van een bougie is: hoogspanning omzetten in vonken. Want in de verbrandingruimte van een motor kan het mengsel niet door hoogspanning alléén worden aangestoken.
Een bougie bestaat, afgezien van allerlei isolerende maatregelen, hoofdzakelijk uit twee in een huis gevatte stalen pennen: door de ene vloeit de stroom de verbrandingsruimte binnen. Aan het uiteinde van die pen - de positieve elektrode - springt de stroom in de vorm van een vonk over naar het uiteinde van de andere pen - de negatieve of massa-elektrode, die op zijn beurt de stroom uit de verbrandingsruimte wegvoert en vervolgens doorgeeft aan het motorblok.
Een èchte bougie ziet er een stuk ingewikkelder uit, maar dat komt voornamelijk omdat de beide pennen van elkaar gescheiden moeten blijven en omdat het ding in de motor op zijn plaats moet blijven zitten.
De positieve elektrode (of centrale elektrode, omdat hij door het centrum van de bougie loopt) begint dus eigenlijk niet pas bij het in de verbrandingsruimte stekende uiteinde, maar aan de andere kant waar de bougiekabel aan de bougie vast zit. De stroom door die positieve elektrode moet 'ongeschonden' de verbrandingsruimte bereiken en mag de motor zelf dus niet raken: daarvoor zorgt een isolerende laag van porcelein. Porcelein is bros en breekbaar. Daarom is eromheen een stalen buitenmantel aangebracht, die tegelijk het lichaam vormt waarlangs de stroom 'na gedane zaken' aan de motor wordt afgegeven.
Het is duidelijk, dat de bougie stevig in zijn schoenen moet staan om niet door de hoge verbrandingsdrukken binnen in de verbrandingsruimte uit de motor te worden geblazen. In de stalen buitenmantel is schroefdraad aangebracht, waarmee het ding onwrikbaar in het gat kan worden gemonteerd. Dat 'eruit blazen' is geen grapje: een niet goed vastgezette bougie kan echt worden gelanceerd!
Een bougie moet zijn werk kunnen doen bij een motortemperatuur, die hoog genoeg is om de elektrodes verschoond te laten van brandstof-aanslag (zoals ook bij een zelfreinigende oven het geval is). Een bougie mag echter ook weer niet zo heet worden, dat hij continu gaat gloeien. Bovendien is de ene bougie de andere niet: denkt u dus niet dat u in een motor zomaar de een of andere bougie kunt monteren!
Controle of vervanging
Bougie-elektroden verslijten op den duur niet alleen, maar ze veranderen ook nog van vorm. Ze horen plat tegenover elkaar te staan, maar worden gaandeweg rond dankzij de voortdurende stroom van overspringende vonken. Met dermate afgeleefde bougies doorrijden levert een zwakke vonk op, waardoor het verbrandingsproces gebrekkig verloopt. Dat kost motorvermogen en brandstof. Demonteer bougies daarom ter controle om de 10.000 kilometer en vervang ze om de 20.000 kilometer.
Tegenwoordig worden vaak zogenaamde Long-life-bougies gemonteerd. Deze gaan wel 40.000 of nog meer kilometers mee, maar zijn uiteraard ook duurder in aanschaf.
Het controleren resp. vervangen van bougies gaat als volgt:
- Merk de bougiekabels voordat u ze van de bougies aftrekt. Onthoud echter: de langste kabel is altijd bestemd voor de verste verwijderde bougie, etc. Trek de kabels van de bougies los en hang ze opzij.
- Draai de bougies met behulp van een (al dan niet 'samengestelde') bougiesleutel een paar slagen los, maar verwijder ze nog niet.
- Veeg met de verfkwast alle vuil om de bougie weg, zodat dit niet in de motor terecht kan komen. Gebruik zo mogelijk druklucht (maar met een fietspomp gaat het ook).
- Demonteer de bougies. Controleer de conditie van de elektroden: zijn ze nog plat, is de afstand nog correct, zijn de elektroden vervuild, zien ze er allemaal hetzelfde uit? Als dat laatste niet zo is, komt dat door een defect aan de bougie of aan de motor zelf.
- Als u oude bougies opnieuw wilt gebruiken, controleer dan aan de hand van de code of het wel de goede zijn. Eventueel kunt u van de oude exemplaren de contactvlakken van de elektrodes plat vijlen, maar stel dan in elk geval opnieuw de elektrodenafstand af.
- Meet met een voelermaat de afstand tussen de beide elektroden. Als de afstand te groot is, kunt u de massa-elektrode een stukje naar de centrale elektrode toebrengen met een speciaal daarvoor bedoeld stukje gereedschap, of door de bougie voorzichtig tegen iets hards aan te tikken. Een te kleine elektrodenafstand kan ook worden gecorrigeerd met behulp van bijvoorbeeeld een schroevedraaier. Blijf van de centrale elektrode af, want dan wordt bijna zeker ook het porcelein beschadigd.
- Als u nieuwe bougies monteert, wees er dan zeker van dat die de juiste warmtegraad hebben. Controleer ook altijd nog even de elektrodenafstand en stel deze zonodig opnieuw af (geldt niet voor bougies met meer dan één massa-elektrode).
- Reinig de schroefdraad en smeer een beetje molybdeenvet op de schroefdraad van de bougies (vooral bij een motor met een lichtmetalen cilinderkop!). Draai de bougies een paar slagen met de hand (eventueel met behulp van een stukje benzineslang) vast. Vergeet de afdichtring niet!
- Zet de bougies met een sleutel vast. Met ervaring kan dat 'op gevoel', maar gebruik liever een momentsleutel.
- Monteer de bougiekabels.
Specificaties
De bougiefabrikant schrijft - al naar gelang de motor - een bepaalde elektrode-afstand voor. Deze moet regelmatig worden gecontroleerd, omdat de elektrodepunten door inbranding langzaam slijten en die tussenruimte dus toeneemt.
Op iedere bougie staat een code van letters en cijfers. Deze code beschrijft de warmtegraad, lengte en diameter van de schroefdraad en de vorm van dat deel van de bougie dat in de motor steekt. De warmtegraad geeft aan, in hoeverre de bougie thermisch kan worden belast.
Een bougie moet na de start zo snel mogelijk de zogenaamde zelfreinigingstemperatuur (350-850 (C) bereiken; dat is de temperatuur waarbij de centrale elektrode van de bougie schoon blijft.
Een 'koude' bougie hoort thuis in een motor, die veel moet presteren en daardoor een relatief 'warme' verbrandingsruimte heeft. Een 'koude' bougie moet zijn warmte snel kwijt, vandaar dat de warmte dankzij de brede isolator een korte afvoerweg heeft.
Een 'warme' bougie heeft een smalle isolator en een daardoor lange warmte-afvoerweg, omdat de motor een relatief 'koude' verbrandingsruimte heeft. De bougie moet dan meer warmte vasthouden om zijn zelfreinigingstemperatuur te kunnen halen.
